Waarom jij altijd degene bent die de problemen oplost
Je springt vaak als eerste bij als er iets misgaat. Fijn voor je collega's, maar wat kost het jou, en wat gebeurt er als je een keer niet bijspringt.
Er gaat iets mis in een project waar je niet eens verantwoordelijk voor bent. Je ziet het toevallig, in een document dat iemand anders had moeten nalopen, of in een gesprek waarin een collega vastloopt. En voordat er iemand iets aan jou vraagt, ben je al bezig. Je blijft een uur langer, je stuurt die avond nog een mail met een oplossing, en de volgende ochtend is het probleem weg voordat iemand er erg in heeft gehad.
Niemand heeft je dat gevraagd. Je deed het omdat je het kon, en omdat je wist dat het anders bleef liggen. Dat is misschien al een tijdje het patroon. En het went zo langzaam dat je het zelf soms niet meer als keuze ervaart, maar als iets dat nu eenmaal bij je hoort.
Vraag je het jezelf weleens af waarom juist jij als eerste in beeld komt. Het antwoord ligt meestal niet bij je collega's, die simpelweg dankbaar zijn dat iemand het oppakt. Het ligt bij hoe jij zelf reageert op het moment dat je iets ziet misgaan: of je jezelf even de ruimte geeft om af te wachten, of dat je automatisch in de actiestand schiet.
Je springt bij voordat iemand het vraagt
Het patroon begint meestal onschuldig. Je ziet iets dat beter kan, je hebt de kennis om het op te lossen, en je vindt het niet meer dan normaal om dat te doen. Zeker in het begin voelt het niet als een last. Het voelt als bekwaamheid, als iets waar je goed in bent en trots op mag zijn.
Het wordt anders op het moment dat het geen uitzondering meer is, maar een gewoonte waar anderen op gaan rekenen. Een collega die weet dat jij het wel oppakt, vraagt er op een gegeven moment niet eens meer naar. Het probleem landt gewoon bij jou, zonder dat iemand het bewust bij je neerlegt. En jij pakt het op, want dat doe je nu eenmaal.
In het begin wordt dat gewaardeerd, en dat voelt goed
Er zit een duidelijke reden waarom dit patroon blijft bestaan: het levert je iets op. Mensen zijn blij met je, ze noemen je betrouwbaar, ze zoeken je op als het spannend wordt. Dat is een prettig gevoel, en het is ook precies waarom het zo moeilijk is om er weer mee te stoppen. Je bent de collega op wie iedereen kan bouwen, en dat is een rol die je niet zomaar opgeeft, ook al voelt hij steeds zwaarder.
Het probleem zit niet in het helpen zelf. Het zit in wat er gebeurt als jij de enige bent die dat doet, keer op keer, terwijl anderen langzaam wennen aan het idee dat het niet hun probleem is zolang jij in de buurt bent.
Wat het je kost als je het patroon niet doorbreekt
Wat je in dit patroon vaak kwijtraakt, is niet meteen zichtbaar. Het is de tijd die eigenlijk voor iets anders bedoeld was. Het is de aandacht die je overdag al bij een probleem hebt liggen dat niet van jou is. En het is de irritatie die zich opstapelt als je merkt dat een collega een fout een tweede keer maakt, wetend dat jij hem toch wel weer oplost.
Je merkt het soms pas als je een avond geen zin hebt om nog naar je telefoon te kijken, of als je bij een simpele vraag van een collega ineens kortaf reageert. Dat is niet omdat de vraag onredelijk is. Het is omdat de stapel van alle vorige keren nog op je ligt, en die stapel wordt door niemand anders gezien dan door jou.
Het verschil tussen helpen en overnemen
Er is een verschil tussen iemand helpen en het probleem van iemand overnemen, en dat verschil zit niet in wat je doet, maar in wie er daarna verantwoordelijk voor blijft. Als je helpt, denk je mee, geef je een aanzet, en laat je het resultaat bij de ander. Als je overneemt, doe je het gewoon zelf, en de ander hoeft er niet meer naar om te kijken.
Beide voelen op het moment zelf hetzelfde: je bent bezig, je bent nuttig, het probleem wordt opgelost. Het verschil zie je pas de volgende keer dat hetzelfde probleem zich voordoet. Bij helpen wordt de ander daar iets beter in. Bij overnemen niet, en dan lig jij er de volgende keer weer bovenop.
Dat onderscheid maken lukt lang niet altijd vooraf. In het moment zelf lijkt overnemen vaak de snelste en de meest verantwoordelijke keuze, zeker als de druk hoog is en er weinig tijd is om iemand er zelf doorheen te helpen. Achteraf, als je merkt dat dezelfde vraag een paar weken later weer bij je terugkomt, wordt pas zichtbaar dat je de ander niet echt verder hebt geholpen, maar het probleem alleen tijdelijk hebt weggehaald.
Een stap terugzetten is geen collega's laten vallen
De gedachte die dit patroon vaak in stand houdt, is dat je collega's in de steek laat als je een keer niet bijspringt. Dat klopt bijna nooit. Wat er meestal gebeurt als je een keer wacht in plaats van meteen te handelen, is dat iemand anders het probleem alsnog oppakt, of dat blijkt dat het probleem helemaal niet zo dringend was als het leek.
Het helpt om jezelf een vraag te stellen voordat je instapt: is dit van mij, of laat ik het nu even bij degene van wie het wel is. Die vraag alleen al zorgt voor een korte pauze tussen het zien van een probleem en het overnemen ervan, en in die pauze zit de ruimte om een andere keuze te maken dan je gewend bent.
Herken je dit in je organisatie? Lees meer over je eigen energie managen of plan een kennismakingsgesprek.
Monique Straatsma
Mede-oprichter van Regiemakers en Register Organisatiecoach. Monique begeleidt organisaties bij systemische transities in cultuur en samenwerking.
Herken je dit?
Wil je werken aan de thema's uit dit artikel? Een kennismakingsgesprek is vrijblijvend en duurt 30 minuten.
Dit artikel hoort bij coaching voor medewerkers.
Plan een kennismakingsgesprekGerelateerde artikelen
Grenzen aangeven zonder dat het gevecht wordt: hoe je nee zegt vanuit professionele rust
De meeste mensen geven óf geen grenzen aan, óf doen het te hard. Een grens vanuit volwassenheid hoeft geen gevecht te zijn. Hoe je het verschil leert maken.
Crisismanagement in logistiek: kalm blijven als alles tegelijk fout gaat
In logistiek gaat soms alles tegelijk fout. Hoe blijf je kalm en effectief in een situatie die geen tijd voor twijfel toelaat?
Druk in de keten: leidinggeven in transport en logistiek
In transport en logistiek mag de keten niet stilvallen. Hoe blijf je leider in een sector waar druk de norm is geworden?